Parc Broekhuizen
Home Dining Suites Parc History Contact
Home Dining Suites Parc History Contact

De historie in volgelvlucht

1408 Tyman van Zuylen, de eerst bekende bewoner.
1440 Jacob van Gaesbeek.
1452 Willem van Gent en Jacob de Roye.
1460 Bisschop David van Bourgondië, bastaardzoon van Philips den Goede.
1466 Ernst Taets van Meerten.
1468 Elsabeth van Zuylen van Neyevelt.
1497 Willem van Abcoude.
1541 De familie Van Oostrum.
1629 Broekhuizen erkend als ridderhofstad.
1667 Rudolph van Arkel.
1744 Frederik de Grote, koning van Pruisen.
1745 Jacques Philip Joseph Ernoul de Caneau de Beauregard.
1792 Cornelis Jan van Nellesteyn, grondlegger van het huidige Broekhuizen.
1794 Bouw van een nieuw hoofdhuis met oranjerie door J. Berkman en start aanleg landschapspark door J.G. Michael resp. J.D. Zocher sr.
1810 Verbouwing en uitbreiding van het huis in empire-stijl door B.W.H. Ziesenis.
1897 jhr. mr. Maarten Iman ridder Pauw van Wieldrecht, kamerheer van Koningin Emma.
1898 Nieuwbouw van het huidige koetshuis.
1906 Verwoesting van het kasteel door brand en onmiddellijke herbouw in Lodewijk XVI stijl.
1939 Jhr. Mr. Théodore Jean Guillaume Stratenus.
1967 Broekhuizen wordt rijksmonument.
1971 Verkoop aan het Rijksinstituut voor Natuurbeheer.
1996 Leegstand
2011 Verkoop aan particulier
2012 Ontwikkeling van huidige Parc Broekhuizen

 

 

Het hoofdhuis

De historie  van het huidige Parc Broekhuizen gaat terug tot de vijftiende eeuw. De decoratie van het hoofdhuis is uitgevoerd in de Lodewijk XVI-stijl, die in 1796 gangbaar was. De plafonds, de lijsten, de ornamenten en het figuratieve stucwerk op de wanden van het trappenhuis zijn, onder meer op basis van foto’s uit 1901, vervaardigd door de vermaarde beeldhouwer en stukadoor August Alexander uit Den Haag. Deze heeft ook de wapens van Broekhuizen en Darthuizen in de timpanen aan de voor- en achterzijde van het huis aangebracht. De Empire sloten en deurknoppen werden gemaakt door een Haagse smid en slotenmaker.

Bijzonder fraai zijn de indrukwekkende behangselschilderingen met arcadische landschappen in de grote salon en de fraai gedecoreerde open haarden. Het snijwerk van de trapbalusters is eveneens van hoge kwaliteit.

Ambitieuze renovatie

Nadat het hoofdhuis en de bijgebouwen in 1996 in particulier bezit kwamen, is er gestart met een ambitieuze renovatie. Onder toezicht van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zijn inmiddels het hoofdhuis (aan de buitenzijde), het koetshuis en de oranjerie gerenoveerd. Het resultaat is een monument van grote klasse en een enorme potentie!

Het koetshuis

Het koetshuis met voormalige paardenstallen dateert van 1897 en is gebouwd onder Ridder Pauw van Wieldrecht. Het middengedeelte van 18 x 18 m met een hoogte van 4 meter was het eigenlijke koetshuis. Links was een stal voor 9 paarden met toegang tot de hooizolder. Aan de achterzijde bevond zich de werkplaats. Rechts van het koetshuis, met een eigen kap en iets naar voren gebouwd ten opzichte van de gevel van het koetshuis, bevond zich de koetsierswoning met tuigenkamer en werkplaats. Aan de achterzijde bevond zich een aangebouwde glazen serre, die als wasplaats voor de koetsen fungeerde.

Het koetshuis werd in de jaren ’70 tot laboratorium verbouwd voor het Rijksinstituut voor Natuurbeheer. In de loop der jaren is het gebouw gemoderniseerd, laatstelijk in 1999. Achter de staldeuren zijn glazen klapdeuren geplaatst om een sensationele lichtinval in het koetshuis mogelijk te maken. Vier originele gietijzeren zuilen zijn de enige onderbreking in de ruimte van 324 m2.

Moderne voorzieningen

Op de verdieping is onder de deels schuine kap prachtige daglichttoetreding gecreëerd. Het koetshuis is thans voorzien van alle moderne voorzieningen met multifunctionele gebruiksmogelijkheden. De totale oppervlakte op de begane grond bedraagt ca. 540 m2; op de verdieping ca. 420 m2. Rondom het koetshuis is een ruim terrein met parkeergelegenheid voor gebruikers en bezoekers.

Het terrein is omzoomd door prachtige, grote oude bomen. Mede door de ligging op enige afstand van het kasteel heeft het koetshuis een zelfstandige uitstraling.

De oranjerie

De oranjerie is tussen 1793 en 1798 gebouwd in opdracht van de toenmalige eigenaar en grondlegger voor het landgoed Broekhuizen, Cornelis Jan van Nellesteyn. Het gebouw telt drie bouwlagen: het onderhuis, bel-etage en mezzanino (lage kap verdieping). Aan de voorzijde is de grond tot aan de bel-etage opgehoogd, waardoor het lijkt of de oranjerie op een heuvel staat. Aan de achterzijde is de werkelijke hoogte zichtbaar.

In een driehoekig fronton aan de voorzijde bevindt zich de wijzerplaat van een torenuurwerk. Het uurwerk bevindt zich op de mezzanino en is gesigneerd en gedateerd: J. Schooltinck, Steenderen, anno 1793. Oorspronkelijk was er ook een slagwerk aan het uurwerk verbonden. Het uurwerk en de wijzerplaat zijn recent gerestaureerd.

Verschillende functies

De oranjerie had drie functies: het onderbrengen van niet winterharde planten in de winter, een gedeelte was in gebruik als tuinmanswoning en op de eerste etage was een ontspanningsruimte waar o.a. een biljart was geplaatst. In deze ruimte bevonden zich ook vijf grote schilderingen, voorstellende tragedies van Voltaire. De schilderingen zijn van de hand van Willem Joseph Laquy en liggen sinds 1969 elders opgeslagen omdat toen het gebouw in verval raakte en de overheid de schilderingen wilde veiligstellen.

In 1978 en 1999 is de oranjerie ingrijpend gemoderniseerd en zowel geschikt voor kantoor als woonruimte. De totale vloeroppervlakte bedraagt ca. 465 m2.

De Boerderij

Over de boerderij, die verborgen achter de oranjerie ligt is relatief weinig bekend. Op de oudste kadastrale kaarten staat op deze plek reeds een gebouw. De boerderij is opgetrokken uit diverse soorten en formaten bakstenen. Het heeft kenmerken van een 17de eeuwse boerderij. Het is eind 90er jaren ingrijpend verbouwd, waarbij de verdiepingsvloer van een nieuwe balklaag werd voorzien en nieuwe binnenmuren werden gemetseld. De boerderij wordt thans wederom verbouwd tot restaurant.